 |
De Stingray lijkt een klein versterkertje, maar met een kwartet EL84 eindbuisjes per kanaal krijg je toch een behoorlijk uitgangsvermogen, zelfs in triode geschakeld. Vergelijkbaar met een versterker waar een paar EL34 eindbuizen gebruikt wordt. Wel jammer dat fabrikanten van buisversterkers steeds weer hun technische specificaties opleuken met te optimistische opgaves van met name het uitgangsvermogen en vervormingcijfers. Manley geeft 50 en 25 watt voor resp. UL en (pseudo) triode geschakelde eindbuizen. Ik kom aan de volgende lagere, maar nog steeds respectabele, waardes, bij 1 % THD+n en 1 kHz gemeten: In triode, 14,25 en 17,1 watt in 8 en 4 Ohm en 28,6 en 34,4 watt in UL. Kijken we naar de afzonderlijke plaatjes dan is te zien dat de Stingray bij 1 watt uitgangsvermogen, de allerbelangrijkste watt van een versterker, tussen 20 Hz en 20 kHz mooie waardes door de hele band laat zien. Bij verder uitsturen neemt de vervorming vooral toe naar de uiteinden van de frequentieband. In het laag is daar met name de toenemende kernverzadiging van de uitgangstransformator debet aan.
|
 |
 |
Wil je betere vervormingcijfers in het diepe laag, dan is dat onder andere te voorkomen door de kern van de uitgangstrafo veel groter te maken, en dat is erg onpraktisch in veel versterkers. Het kiezen van een uitgangstrafo is altijd een compromis. Vergeet daarbij niet dat onze oren minder gevoelig zijn voor vervorming in de lagere frequentieregionen. In het veel belangrijker middengebied presteert de Stingray uitstekend voor een buizenversterker. Op het audiorek klinkt de Manley schoon en vervormingvrij, ook in de laagweergave, daar gaat het uiteindelijk om. Kijken we naar het FFT spectrum dan valt de voorkeur voor de eerste harmonische op. Zowel bij laag als bij harder uitsturen van de versterker. Dit is de als onschuldig bekend staande vervorming. Wat we ook zien is de wat rafelige ruisvloer, veroorzaakt door een niet honderd procent schone voedingontkoppeling. De onderdrukking van 50 en 100 Hz met resp. –75 en -87 dB daarentegen is uitstekend. 50 Hz resten kunnen van instraling zijn van de voedingtrafo op bijvoorbeeld de ingangsbuisjes Het voeden van de gloeidraden met wisselspanning van gevoelige ingangsbuisjes kan 50 Hz bromresten opleveren en met name de signaalbekabeling kan roet in het eten gooien door instraling van strak naast elkaar liggende draden. 100 Hz spanningresten vind je op de gelijkgerichte voedingspanning als een zaagtandvormige rimpelspanning. De Stingray heeft van dat alles weinig last en is een lekkere stille buizenbak.
|
 |
 |
De frequentierespons loopt langzaam op tussen 1 kHz en 18 kHz tot een maximum van 1 dB, wat nog heel netjes is. Het –3 dB punt ligt op ongeveer 55 kHz, eveneens een mooi resultaat. De eerste bescheiden resonantiepiek van de uitgangstrafo vinden we net boven 100 kHz. Ver genoeg van het audiogebied om nog van invloed te zijn.
|
 |