|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
 |
|
 |
|
|
|
 |
Deze term wordt bij luidsprekers gebruikt om aan te geven hoeveel van het elektrisch vermogen wordt omgezet in akoestisch vermogen. De norm is op 1 meter het geluidsniveau meten terwijl de versterker 1 watt afgeeft. Elke 3 dB lagere gevoeligheid vraagt een verdubbeling van het overstekervermogen voor een gelijk geluidsniveau. Een luidspreker met een rendement van 92 dB/w/m en een 50 watt versterker kan dus theoretisch hetzelfde geluidsniveau genereren als een luidspreker met een rendement van 89 dB/w/m en een 100 watt versterker.
|
 |
|
|
|
 |
Een DLP-projector werkt met een kleurenwiel dat op een bepaalde snelheid draait. Dit kleurenwiel bevat verschillende segmenten waarin altijd rood, groen en blauw aanwezig zijn (eventueel aangevuld met andere segmenten, zoals ‘doorzichtig’ of zelfs ‘zwart’). De snelheid waarmee dit kleurenwiel draait, bepaalt in welke mate je regenbogen zult zien (het uiteenvallen van het beeld in rood, groen en blauw), en in welke mate dithering zichtbaar is (het zien van digitale ruis -‘bewegende mieren’- in zwarte of donkere vlakken). Hoe hoger de snelheid van het kleurenwiel, hoe meer je dithering kunt gaan zien. Hoe lager de snelheid van het kleurenwiel, hoe meer last je krijgt van het regenboogeffect.
|
 |
|
|
|
 |
Een netwerk-router is de interface tussen uw thuisnetwerkje – het locale netwerk – en het grote netwerk dat we het internet noemen. De router die bij u thuis staat zal echter vaak meer in huis hebben. Zo kan er een switch in zitten, hetgeen te zien is aan het aantal LAN-aansluitingen: als u meer dan één netwerkkabel kunt aansluiten, zit er dus ook een switch in. Ook kan er een basisstation voor een draadloos netwerk in zitten, doorgaans te herkennen aan een of meerdere korte antennes. Een moderne router voor de thuisomgeving verzorgt automatisch een aantal zaken voor u. Zo zitten er functies in die moeten voorkomen dat er op uw netwerkje wordt ingebroken (firewall, NAT) en een voorziening die automatisch elk apparaat in uw netwerk een eigen netwerknummer, het zogenaamde IP-adres, geeft.
|
 |
|