 |
Met jitter worden timingfouten in digitale signalen bedoeld. Bij het digitaliseeren van geluid wordt een aantal keer per seconde (44.100 keer bij cd) een sample genomen (de spanning gemeten). Door bij weergave in hetzelfde ritme spanningen te genereren, wordt het signaal weer opnieuw opgebouwd. Als het ritme echter niet exact gelijk is aan die bij het digitaliseren, dan ontstaan er juiste spanningen op verkeerde momenten en dus vervorming. Jitter maakt vaak het hoog scherp, vertroebelt het stereobeeld en kan in ernstige gevallen ook het midden en vooral het laag kapot maken.
|
 |